“Leiderschap maakt een team sterker”, dit was de uitspraak van Marco van Basten in zijn analyse van de wedstrijd tegen Oostenrijk. De leider pakt het initiatief, zet de lijnen uit en stuurt bij. In het veld geeft hij aanwijzingen. Ook als team moet je elkaar helpen om problemen te voorkomen. Je bent met zijn allen verantwoordelijk voor het resultaat.
Ik kijk naar mijn ervaring in de zorg. Mijn compagnon en ik begeleiden teams. Wij staan daar in de schoenen van Ronald Koeman. We begeleiden teams, we helpen mensen reflecteren en geven ze inzicht in zichzelf, elkaar en het team. De medewerkers zijn de voetballers, zij beoefenen hun vak.
Ook op de werkvloer heb je een aanvoerder nodig, een Virgil van Dijk en een Nathan Aké. Deze aanvoerders zijn het verlengstuk van de leider. Je wisselt informatie uit, stuurt bij waar nodig en geeft aan waar de aandacht naartoe moet. Het is de rol van het team om terug te koppelen wat er speelt op de werkvloer naar de aanvoerders en naar de leider.
Hoe komt het nu dat we zoveel moeite hebben om elkaar aan te spreken? Ja, bij het Nederlands voetbalteam en ook op de werkvloer. “Is dit niet het probleem van de hele maatschappij?”, vraagt Van Basten zich af. “We durven elkaar bijna niet aan te spreken want oh wee als we iets verkeerds zeggen.”
Pas als je je uitspreekt en je naar elkaar luistert, kun je je samen ontwikkelen. Als je dit niet doet, onderdruk je je gevoel en daarmee je eigen potentie. Ik ben het met Marco eens: we moeten elkaar aanspreken om een beter team te worden. Zo kunnen we de zorg voor onze cliënten verbeteren.


